De kerkuil (Tyto alba) meet een lengte van 33 tot 39 cm. Kenmerkend is zijn hartvormige kop. Hij komt zowel voor in lichte als donkere vorm, of een variant daarvan. De kerkuil is een bewoner van kleinschalige landschappen. In bossen kom je deze uil dan ook nauwelijks tegen. Hij jaagt in het open veld, het liefst daar waar gras en bouwland worden afgewisseld met kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. De kerkuil broedt vooral in en rond boerderijen. Zolders, schuren, hooibergen e.d. zijn ideale broedplaatsen voor de kerkuil. Een gat in de gevel moet de uil toegang verschaffen tot zijn broedplaats. Wanneer een nestkast op de zolder wordt opgehangen dan zal de uil hier dankbaar gebruik van maken. De aanwezigheid van een kerkuil rond je huis is duidelijk op te merken; braakballen en krijtwitte ‘poepvlekken' verraden zijn aanwezigheid. De kerkuil broedt vanaf april t/m september waarbij een 2e broedsel geen uitzondering is. Momenteel zijn er in Nederland meer dan 3000 broedparen bekend.

 

 

Algemene aandachtspunten:

  • De nestkast dient geplaatst te worden op een zolder of in de nok van een schuur, in ieder geval op een rustige plek.
  • In de eerste helft juni dient de kast gecontroleerd te worden. Meestal kun je al snel horen of in de kast jongen zitten, een luid gesis verraad hun aanwezigheid.
  • Mogelijk vindt er nog een tweede broedsel plaats, daarom altijd nog ‘n 2e controle begin augustus.
  • Een kerkuilenkast zit vaak vol met braakballen, dus kijk na ieder broedseizoen of de kast moet worden schoongemaakt. Een laag van 5 cm braakballen moet je altijd te laten liggen het overtollige kun je beter afvoeren i.v.m. de ammoniak lucht die hierdoor ontstaat.
  • Zijn de jongen groot en proberen ze uit de kast te komen, doe dan snel de deur weer dicht, dit voorkomt dat ze vroegtijdig de kast verlaten en een prooi worden voor andere dieren.

 

Nestkast direct achter het
gat in de gevel.
Kerkuilenkast bestaande uit 2
compartimenten en schuitdeur.
Gat in nok om uil toegang
te verschaffen.

 

 

Bevestiging:

  • De kast is gemaakt van underlaymenthout en weegt plm. 15 kg, afmeting lxbxh 100x50x50.
  • Een kerkuilenkast is een grote kast en dient daarom altijd door 2 personen geplaatst te worden. Indien gewenst kunnen wij het ophangen voor u regelen.
  • Zorg voor een stabiele ondergrond en een stevige ladder, met name oude zolders vragen extra voorzichtigheid, een los zittende balk kan veel leed veroorzaken.
  • Het meest ideaal is wanneer de kast op de nokbalken geplaatst kan worden. Indien hiervoor te weinig ruimte is dan kan ook een hangconstructie gemaakt worden. Voordeel is dat de Kerkuil dan de beschikking heeft over de gehele zolder.
  • Een andere mogelijkheid is om de kast direct achter de opening in de gevel te plaatsen. Dit gebeurt vaak wanneer er geen zoldervloer is, op deze manier wordt de ondergrond, of gestalde materialen, niets besmeurd door uitwerpselen/braakballen.

 

Nestkast geplaatst op nokbalken. Typisch kerkuilenlandschap.
   
Bij nieuwbouw zijn er mogelijkheden om een opening voor de kerkuil bouwkundig mooi te verwerken in de gevel. Kerkuilkast geplaatst direct achter de gevel, zodat de uil geen toegang heeft tot de rest van de schuur/stal.
Doordat 1 kast bezet werd door een kerkuil is er een 2e kast bijgeplaatst.  

 

 

Ambachtelijk, stijlvol en van topkwaliteit