De torenvalk (Falco tinnunculus) meet een lente van 31 tot 37 cm. De kenmerken van de Torenvalk zijn: rug roodbruin, vleugels zwartbruin. Lange donkere bakkebaarden. Onderkant leemkleurig met bruine lengtestrepen, poten geel. Bij het vrouwtje zijn de bovenkant van de kop, nek, bakkebaarden en stuit blauwgrijs, net als de staart, die aan het eind een brede zwarte band heeft. De bij het mannetjes grijze delen zijn bij het vrouwtje roodbruin, de staart heeft smalle donkerbruine dwars banden. Habitat: Boven open terrein met geen of lage vegetatie: velden, weiden, braakliggend land. Voedsel: Muizen, vooral veldmuizen; bij gebrek hieraan wordt ook gejaagd op mollen, spitsmuizen, zelden op kleine vogels en insecten (noodvoedsel). Torenvalken 'bidden', blijven op één plaats in de lucht staan en speuren vandaar op de grond naar prooi. Voortplanting: Broeden langs bosranden, in alleenstaande en holle bomen (oude vogelnesten), in kerktorens en nestkasten.

 

Algemene aandachtspunten:

  • Onze torenvalkenkast wordt gemaakt van eikenhout, het dak is afgewerkt met dakleer en een dikke eikenhouten achterlat zorgt voor een jarenlange stabiele bevestiging aan de boom.
  • De nestkast dient geplaatst te worden in een stevig boom, op een afstand van minimaal 6 meter boven de grond.
  • De kast moet redelijk vrij uitzicht hebben over een weiland, akkerland of braakliggende grond.
  • Een goede plek is vaak een houtwal of solitaire boom in een weiland.
  • Plaats de kast met de opening richting zuidoost.
  • Ook een lange paal in een weiland kan een goede plek zijn om de kast in op te hangen.

eikenhouten
torenvalkenkast.

Vrouwtje torenvalk voert
haar jongen.
En dat onze kasten
ook succesvol zijn …
(foto klant dhr. P. Grinwis)

 

Jonge torenvalken staan op uitvliegen.
(foto klant dhr. P. Oude Egberink)
Kast wordt ook gebruikt als schuilplaats.
(foto klant dhr. P. Oude Egberink)

 

 

Ambachtelijk, stijlvol en van topkwaliteit